De Provinciale Raad voor de Leefomgeving roept het volgend bestuur op een langjarige koers voor het Brabants landelijk gebied vast te leggen in een zelfbindend programma onder de Omgevingswet. Het advies bouwt voort op het eerdere advies over het Brabants Programma Landelijk Gebied (2024) en geeft vier bouwstenen mee: kies voor duidelijkheid, versterk de uitvoeringskracht, bied ondernemers langjarige zekerheid en bouw op wederkerigheid tussen stad, land en overheid.
Brabant staat op een cruciaal punt voor het landelijk gebied. De natuur verslechtert, de stikstofdepositie moet omlaag, klimaatverandering is steeds voelbaarder en schoon water is niet langer vanzelfsprekend. Verdienmodellen staan onder druk en ruimteclaims van verstedelijking, energietransitie en defensie nemen toe. Verder doorschuiven van keuzes betekent langer onzekerheid voor ondernemers en een hogere maatschappelijke rekening voor de toekomst.
Met het Voorontwerp Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG) stond Brabant op het punt een ambitieus langetermijnplan vast te stellen, maar nadat het Rijk het Transitiefonds Landelijk Gebied schrapte, koos de provincie voor de Aanpak Landelijk Gebied (ALG): een focus- en versnellingsaanpak op de uitvoering in twaalf gebiedsgerichte aanpakken. Die levert op korte termijn resultaten op, maar laat fundamentele vragen over duurzaam grondgebruik, langjarig ondernemersperspectief en bestuurlijke continuïteit onbeantwoord.
Inmiddels heeft het Rijk met de Kamerbrief ‘Weer ruimte voor boer, natuur en bouw’ een samenhangend pakket voor landbouw, natuur en stikstof gepresenteerd. Het pakket levert instrumenten, kaders en middelen, maar legt de keuzes per gebied nadrukkelijk bij de provincie.
In dit briefadvies roept de Provinciale Raad voor de Leefomgeving (PRL) het volgend bestuur op een langjarige koers voor het landelijk gebied vast te leggen in een zelfbindend programma onder de Omgevingswet. Zo’n programma verbindt doelen, integraliteit en uitvoering in één kader en houdt het bestuur koersvast over bestuursperioden heen.
Voortbouwend op eerder advies
Dit advies bouwt voort op het eerdere advies Brabants Programma Landelijk Gebied (2024), dat nog onverkort geldt. De kernvraag voor de komende bestuursperiode is: durft Brabant te kiezen voor de lange termijn? Daarvoor geeft de PRL vier bouwstenen mee.
Vier bouwstenen voor een langjarige koers
#1 Kies voor duidelijkheid in het landelijk gebied. Ondernemers, (jonge) boeren, maatschappelijke organisaties en samenwerkende overheden weten nu niet goed waar ze aan toe zijn. De provincie moet, op basis van landschap, water, bodem en ecologie, duidelijk maken welke functies en vormen van landbouw waar in de toekomst passen: van productiegerichte gebieden met ruimte voor schaalvergroting en innovatie, via meervoudige gebieden, tot gebieden waar natuurinclusieve en grondgebonden landbouw het uitgangspunt is. Overgangszones rond Natura 2000-gebieden verdienen daarbij bijzondere aandacht, als sleutel voor de stap van individuele vergunningverlening naar doelsturing.
#2. Versterk de uitvoeringskracht en organiseer tussenruimte. Provincie, gemeenten en waterschappen beschikken samen over een volle instrumentenkoffer, van omgevingsvisies tot herverkaveling. Effectieve inzet vraagt samenwerking tussen de bestuurslagen en gerichte prioritering: beginnen waar de opgave helder is en partijen bereid zijn. Daarnaast is structurele “tussenruimte” nodig: gebiedsgerichte, informele leernetwerken waar gebiedspraktijk, beleid en kennisontwikkeling samenkomen en waar het vertrouwen groeit dat nodig is om verandering in gang te zetten.
#3. Bied ondernemers langjarige zekerheid. Zolang overheidsbeleid onvoldoende voorspelbaar is, blijven investeringen in een toekomstbestendige bedrijfsvoering uit. Komend decennium wisselt bijna 50.000 hectare Brabantse landbouwgrond van gebruiker, een unieke kans om de toekomst van het landelijk gebied actief vorm te geven. Dat vraagt publieke regie op grond, langjarige financiële arrangementen en het wegnemen van drempels rond erfpacht, taxatie en canonhoogte.
#4. Bouw op wederkerigheid tussen stad, land en overheid. Wie iets vraagt van een gebied, sector of bestuurslaag, moet daar ook iets tegenover stellen: tussen stad en platteland, tussen bestuurslagen, en tussen overheid en ondernemer. De Brabantse ambitie om drie gezonde levensjaren toe te voegen in 2030 biedt hiervoor een logisch kompas: besluiten over grondgebruik, water, landbouw en natuur worden ook beoordeeld op effecten voor omwonenden, zoals geurhinder, fijnstof en risico’s voor de volksgezondheid.
Tot slot
De ingrediënten om te bouwen aan een toekomstbestendig landelijk gebied zijn aanwezig: bewezen Brabantse innovatiekracht, het Voorontwerp BPLG dat al op de plank ligt, de terugkeer van het Landelijk Stikstoffonds, een gevulde instrumentenkoffer en een sector die wil bijdragen aan de transitie zodra er duidelijkheid wordt geboden. De PRL roept het komende bestuur op deze keuzes te verankeren in een zelfbindend programma onder de Omgevingswet, zodat Brabantse koersvastheid ook over bestuursperioden heen geborgd is.
Bouwstenen voor de toekomst van Brabant
In aanloop naar de komende Provinciale Statenverkiezingen werken politieke partijen aan hun koers voor de toekomst van Noord-Brabant. Dit advies brengt, samen met vijf andere adviezen, kennis, inzichten en handelingsperspectief samen rond opgaven die in de volgende bestuursperiode nadrukkelijk om provinciale keuzes vragen. BrabantAdvies heeft ze daarom ook onder de aandacht gebracht van de politieke partijen in Noord-Brabant.
Meer informatie?
Mail voor meer informatie over het advies met Ruud Leeijen (secretaris PRL)
