Advies: Ontwerp Brabants Energieperspectief 2050

Klimaat en energie

De provincie Noord-Brabant werkt aan een Brabants Energieperspectief 2050 dat richting geeft aan de energiemix, de benodigde infrastructuur en de keuzes in de ruimte. Het ontwerp dat nu voorligt brengt samenhang in een complex dossier en laat zien dat energiekeuzes niet los te zien zijn van wonen, werken, natuur en mobiliteit. In een eerder advies over het Brabants Energieperspectief 2050 riepen de PRL en SER Brabant al op tot stevigere provinciale regie op de energietransitie. Het is goed te zien dat die lijn terugkomt in het Ontwerp Brabants Energieperspectief. Dat geeft de provincie legitimatie om, als de uitvoering daarom vraagt, met meer gewicht door te pakken.

In dit nieuwe advies geven de PRL, SER Brabant en de Young Professionals Brabant vier samenhangende aanbevelingen om zichtbaar door te pakken en met Brabants lef te besturen. Het advies is inmiddels aangeboden aan de gedeputeerde Bas Maes.

Jongerenperspectief

De koers naar 2050 is voor jongeren geen abstracte stip op de horizon: de keuzes die nu worden gemaakt over energie-infrastructuur, ruimte en betaalbaarheid bepalen hun toekomstige woon-, werk- en leefperspectief. Juist daarom is in dit advies het jongerenperspectief expliciet meegewogen. Dat perspectief onderstreept het belang van duidelijke keuzes, tempo in uitvoering en een provincie die, waar nodig, met meer gewicht doorpakt.

Brabant heeft nú behoefte aan ‘samen doen’

Netcongestie raakt het dagelijks leven en zet woningbouw, verduurzaming, bedrijvigheid en publieke voorzieningen onder druk. Daarmee is de vraag allang niet meer óf Brabant moet versnellen, maar hóe. Dit vraagt om bestuurlijk lef en om een provincie die verantwoordelijkheid neemt als de uitvoering daarom vraagt.

De vier aanbevelingen:

  1. Zet vol in op de ruimtelijke kerntaak voor de energietransitie
    Maak de spanning tussen ordenende principes expliciet (zoals water en bodem, natuur en landbouwgrond) en vertaal die gebiedsgericht naar navolgbare keuzes. Werk met een prioriteringskader en een routekaart zodat helder is welke keuzes wanneer landen in de ruimte. Daarmee stuurt het energiesysteem indirect op de vraag wat voor economie Brabant wil zijn. Maak die afweging daarom expliciet en zichtbaar in de keuzes die met dit perspectief worden gemaakt. Beleg integrale ruimtelijke energiekeuzes daar waar Brabant de brede ruimtelijke puzzel al legt: in de Stedelijke Regio’s en bij de Ontwikkeldagen.
  2. Zet extra stappen voor economie, arbeidsmarkt en verdienvermogen
    Richt bestaande Brabantse regelingen en fondsen explicieter op energie-oplossingen en maak het mogelijk om baanbrekende innovaties van startups op te schalen. Veranker de energieopgave in het Brabantse Human Development Plan. Benut bovendien actief de aandeelhoudersrol richting Enexis. Tot slot: geef aquathermie (warmte uit oppervlaktewater) een zichtbare plek in de warmtemix en organiseer opschaling.
  3. Neem verantwoordelijkheid wanneer het knelt, ook wanneer niet formeel verantwoordelijk
    Versterk de besluitkracht door verantwoordelijkheid te nemen wanneer uitvoering voorzienbaar vastloopt, en wees expliciet dat de provincie in bepaalde situaties bereid is om de bevoegd gezagrol te dragen.
  4. Maak ‘meedoen en -profiteren’ onderdeel van de warmtetransitie
    Weeg energierechtvaardigheid consequent mee: verschillen tussen stedelijke gebieden (warmtenetten) en kleinere kernen/buitengebied (individuele oplossingen) kunnen doorwerken in tempo en betaalbaarheid.

Impact en beweging

Het advies heeft bijgedragen aan de aanscherping van het definitieve Energieperspectief 2050. De provincie onderkent de hoofdpunten uit het advies en ziet het als een waardevolle bijdrage aan het versterken van integraliteit, uitvoeringskracht en de bestuurlijke regierol. De aanbevelingen worden meegenomen in de verdere uitwerking naar de Brabantse Aanpakken en de ruimtelijke concretisering. Daarbij gaat het onder meer om energie als ordenend principe in de ruimtelijke ontwikkeling, een actievere provinciale regierol om de noodzakelijke samenhang tussen nationale kaders, bovenlokale infrastructuur en regionale uitvoering te borgen, meer aandacht voor arbeidsmarkt, economie en verdienvermogen, en versterking van uitvoeringskracht door ondersteuning te bieden aan gemeenten en regio’s via kennis, capaciteit, procesbegeleiding en programmatische ondersteuning. Ook werkt de provincie de rolverdeling met gemeenten verder uit en zet zij haar instrumentarium gerichter in, onder andere via pMIEK, Omgevingsvisie, Omgevingsverordening, financiële instrumenten en gebiedsgerichte afspraken. Daarmee heeft het advies beweging gebracht van strategische richting naar verdere concretisering, bestuurlijke regie en uitvoering.

Meer informatie: Ruud Leeijen (secretaris PRL) of Karin van Steensel (secretaris SER Brabant).

97
Vorig bericht
Tweede kamer stuurt op scherpere keuzes geitenhouderijen en real time monitoring
Volgend bericht
Pact Financiële Weerbaarheid Brabantse Jongeren